Overheid

VN-verdrag Handicap

Volgens het VN-verdrag Handicap moeten mensen met een beperking volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving, net als ieder ander. Sinds de ratificatie van het verdrag in 2016 zijn stappen in de goede richting gezet, maar we zijn er nog lang niet.

Bij de inwerkingtreding van het verdrag zijn diverse wetten aangepast om hieraan te voldoen. Zo is het recht om niet gediscrimineerd te worden op grond van een beperking vastgelegd in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Deze wet geldt ook voor aanbieders van goederen en diensten, waaronder bijvoorbeeld groenbeheerders.

Het College voor de Rechten van de Mens is aangewezen als onafhankelijk toezichthouder op de uitvoering van het verdrag in Nederland.

 

Belangrijke onderdelen van het VN-verdrag:

Toegankelijkheid (artikel 9)

  • Gelijke toegang tot de fysieke omgeving
  • Niet alleen gebouwen, maar ook openbare ruimte, werkplekken, informatie en communicatie

Deelname aan recreatie en vrije tijd (artikel 30)

  • Alle passende maatregelen om deelname mogelijk te maken
  • Bijzondere aandacht voor kinderen